TAFELMANIEREN

Aan tafel!

Stijlsterren weten wel hoe het hoort aan tafel. Maar voor de vergeetallen onder ons frissen we een e ander even op…
We eten met mes en vork, je, maar kippenboutjes, ribbetjes, mosselen en oesters mag je wel met je handen eten. In chique restaurants zijn glazen, borden, messen, vorken e lepels op een heel speciale manier gerangschikt, maar thuis leggen we gewoon vork links van het bord en het mes en de lepel rechts. Bij een netjes gedekte tafel horen nette mensen, geen stelletje zoutzakken. Kaarsrecht en stokstijf zitten hoeft nu ook weer niet, maar zit wel netjes en dicht genoeg bij de tafel, zodat je eten niet uit je mond op de grond kan vallen. Dat je eten in je mond hoort, spreekt voor zich. Je brengt je bestek trouwens naar je mond en niet je mond naar je bestek. Da’s een héél ander gezicht… Staat je lievelingsgerecht te dampen op tafel en loopt het water je in de mond? Stort je toch niet meteen als een hongerige wolf op je bord, maar wens je tafelgenoten eerst smakelijk eten en val dan pas aan. Neem geen te grote happen en die je mond open als je er eten in stopt. Kauwen deden zelfs de middeleeuwers al met hun mondje dicht. Praten met volle mond is uit den boze. Toon respect voor andermans eetgewoonten. Vegetariërs lach je niet uit en je vertelt ze beter niet hoe graag je pandabeer op grootmoeders wijze lust. Smul jezelf nooit ziek, maar probeer wel altijd je bord leeg te eten. Mag je jezelf bediende? Probeer dan geen smulpaap te zijn en schep niet te veel op je bord, zodat je het zeker allemaal op krijgt. Is iemand anders de ‘opschepper’ en krijg je niet alles naar binnen gewerkt? Dan kun je altijd nog zeggen dat hij of zij je een te grote portie heeft gegeven. Je servet leg je op je schoot. Ja knoopt het alleen om je nek voor de grap. Ben je klaar met eten, dank leg je het links van je bord. Ontsnapt er per ongeluk een boertje? Kijk verschrikt en zeg gauw ‘pardon’. Laat ook even horen dat je ’t lekker vond. Is altijd fijn voor de kok! Liegen hoeft niet. Als het niet lekker was, zeg dan niet dat je dit soort eten nog niet aan de varkens zou voeren. Houdt liever wijselijk je mond. Help een handje na het eten en zet je eigen bord en bestek op het aanrecht of in de vaatwasser. In een restaurant neemt de ober dat wel van je over.

Wat als het niet lekker is..

Niemand kan je verplichten iets te eten wat je niet lust. Het hoeft daarom niet over kakkerlakken, varkensoren of bakstenen te gaan. Ook simpele spruiten hoeven ze je niet in je maag te splitsen. Het is immers even onbeleefd om iemand te dwingen iets op te eten als het om het niet op te eten. Maar … probéér het op zijn minst. Je toont zo je goede wil en het doet de chef-kok van diens plezier. Lust je het écht niet? Geen nood. Laat het dan liggen, maar eet al de rest keurig op. Ziet het eten van je buur er lekkerder uit dan dat van jou? Pech! Prikken in andermans bord is niet netjes, tenzij je het doet om het even te proeven. Ho maar! Zelfs dan doe je dat het liefst gewoon thuis en alléén als het mag van je buur. Doe het zeker niet bij iemand die je niet kent. Heb je iets compleet oneetbaars in je mond? Ga dan heel voorzichtig onopvallend te werk… Visgraten haal je gewoon met je hand uit je mond en pitten laat je eerst in je hand vallen en daarna leg je ze op je bord – dat mag. Moeilijker wordt het als je iets in je mond hebt wat ronduit vies smaakt, of te zout of te zuur is. Dat spuug je dan eerst in een servet uit en je legt het daarna heel discreet op de rand van je bord. Je kunt het ook gewoon in je servet laten. Alleen… Vergeet het niet als je je mond daarna schoonveegt!
‘ Als we frietjes eten, zegt papa dat ik met mijn vork moet eten. Maar ik eet er toch nog stiekem eentje met mijn handen. Da’s leuker!’ (Kato, 10 jaar)

Blijven zitten tot je een ons weegt

Wat er ook gebeurt, hoe duf, vervelend, vies of triest een maaltijd ook is, een stijlster blijft moedig zitten tijdens het eten. Moet je opeens heel dringend naar het toilet? Vraag het dan poeslief en bedenk dat je de volgende keer beter even voor het eten gaat. Ook als je klaar bent, wacht je om van tafel te gaan. Tot iedereen dat doet. Duurt het écht te lang, vraag dan et je allerbeleefdste stemmetje én een ‘alsjeblieft’ of het mag. Thuis is dat minder een probleem dan op visite of op restaurant. Op restaurants kan het weleens extra moeilijk zijn om ellenlang aan tafel te blijven zitten. Als je gelukt hebt, dan zoeken je ouders een kindvriendelijke plek waar je ook eens mag rondlopen, in de tuin kan spelen, zelf strips kunt lezen en je drenzerige kleine zusje in de speelhoek kunt droppen. Het is wel fijn voor je ouders als je toch even blijft zitten om wat na te praten. Zo laat je zien dat je ’t leuk vindt om bij hen te horen. En wie weet, als je muisstil zit en de oren splitst, dan kom je vast nog aardigheidjes te weten die ze anders niet zomaar aan je neus zouden hangen. Zelfs volwassenen hebben soms iets interessants te vertellen. Kauwen met je mond dicht, niet smakken en niet in het bord van je buurt prikken, iedereen ‘smakelijk eten’ wensen en blijven zitten… Een stijlster wéét wel hoe hij de maaltijd gezellig kan doorkomen. Die stammen nog uit de tijd dat de mensen veel minder vaak uit eten gingen. Intussen zijn die regels al wat afgezwakt, maar je wilt natuurlijk, gewoon voor de fun, graag weten hoé het er in zo’n keurige omgeving aan toe hoort te gaan. Je weet immers maat nooit of je als stijlster niet eens op zo’n chique plek terechtkomt. Daarom serveren we je met plezier de strakke regels van de dineerkunst…

Wist je dat… een chic woord voor bestek ‘couvert’ is?
Sommige mensen gebruiken het woordje ‘couvert’ gewoon in hun dialect. Toch is het best een deftig woord.

Bloedstollend strenge regels voor stijlsterren met stip

Je zit niet zomaar waar je wilt.
Mannen en vrouwen zitten om en om aan tafel, dus telkens, een man en daarnaast een vrouw. En kinderen – oh, discriminatie ! – krijgen een tafel apart! De dames mogen als eersten aan tafel aan zitten. De heren schuiven de stoel naar achteren voor hun dame (en ze trekken die stoel niet weg om grappig te doen!) en ze gaan pas zitten als de dames hun plaatsje hebben ingenomen.
De gastheer en de gastvrouw zijn de baas.
De gastheef of gastvrouw spreekt een kort welkomstwoord uit. Intussen zeggen de gasten geen woord! Ademen mag nog net. Je begint pas met eten als de gastheer of de gastvrouw een teken geeft. Meestal gaat dat zo: de gastheer gaat op zijn hoofd staan en maakt met zijn benen een fietsbeweging in de lucht en dan mag je eten. Grapje! De gastheer of gastvrouw zegt gewoon ‘smakelijk’ of misschien wordt er eerst gebeden. Ben je niet gelovig. Begin dat niet als enige te schransen, maar toon respect voor de anderen: vouw ook je handen en wees stil terwijl de anderen een gebed zeggen.
Om het extra moeilijk te maken: véél bestek en glazen met voeten
Laat je niet van de wijs brengen door het bestek. Naast de borden ligt bestek voor de verschillende gangen: voor het voorgerecht, de soep, het hoofdgerecht, het dessert en de koffie. Het bestek gebruik je van buiten naar binnen toe, dus je begint met wat het verst bij je bord vandaan ligt. Voor elke gang is er een nieuw bestek: eerst mes en vork voor het koude voorgerecht, dan een lepel voor de soep en dan weer mes en vork voor het hoofdgerecht. Het bestek voor het dessert ligt boven je bord en helemaal linksboven naast je bord staat ook nog een klein bordje, voor een broodje en boter. Gelukkig hoef jij de afwas niet te doen! Als je even ophoudt met eten, leg je bestek dan kruiselings op je bord, de vork met de tanden naar beneden. Ben je helemaal klaar? Dan leg je je bestek diagonaal, van linksboven naar rechtsonder, op je bord. Om het wat extra moeilijk te maken, drink je ook nog eens uit glazen met voeten. Zo’n glas op een voet, zoals een wijn- of waterglas, neem je vast bij de steel. Probeer dat niet meteen gewoon tussen wijsvinger en duim te doen. Dat is een trucje voor gevorderde stijldrinkers. Veel kans dat jij je glas omkiepert! Maar de steel in je gesloten vuist vastnemen, lijkt ook nergens naar. Houd het glas daarom zo’n beetje in je hand, met de steel tussen de vingers. Oefen dit alvast eens thuis.
Wees een ster in geduld
Uiteraard begin je niet meteen je eigen bord te vullen. Je reikt eerst je buur een schaal aan, met de handvaten naar hem of haar toe gekeerd. En je verbrandt intussen zelf je fikken? Nee! Je neemt de schaal bij het handvat vast, zet die voor je buur op tafel en draait het handvat dan zijn of haar kant op. Kun je ergens niet bij? Ga dan niet over de tafel heen hangen, zodat je hemd in iemands bord of in de sauskom hangt, maar vraag iemand om het je aan te reiken.
Prent voor eeuwig in je hoofd wat echt niet door de beugel kan:

  • Gebruikt (lees: vies) bestek op het tafelkleed leggen. De enige juiste plek voor gebruikt bestek is de rand van je bord.
  • Kwistig strooien met zout en peter, terwijl je nog niet een geproefd hebt. Eerst proeven, dan strooien – en niet te veel.
  • Met je vingers tussen je tanden peuteren, zelfs niet achter een servet. Gebruik een tandenstoker.
  • Met je bestek wijzen, spelen, gooien, vechten, tikken, trommelen…
  • Je servet niet gebruiken. Het ligt er niet zomaar. Leg het op je schoot en bet minstens één keertje deftig je mond.
  • Gsm’en! Niets is zo vervelend als in een restaurant naar een telefoongesprek van een ander moeten zitten luisteren.
  • Puffen, of zeggen dat je ‘vol zit’ als jou nog iets wordt aangeboden. Beter is: ‘Nee, dank u, het was heerlijk, maar ik heb echt genoeg gegeten.’
  • Je benen uitstrekken onder de tafel. En nee, ook niet om met je overheerlijke overbuur een potje voetje te vrijen…
  • Zelf de borden stapelen als iedereen klaar is. Dat is misschien een lief gebaar, maar het is de nachtmerrie van elke ober. De kans dat de boel naar beneden dondert is immers even groot als de toren die je maakte. Dus: hoe goedbedoeld ook, don’t do it!

‘ Vorige week vierden we de vijftiende huwelijksverjaardag van mijn ma en pa. Ik zag er een beetje tegenop, omdat we naar een heel deftig restaurant gingen. Maar uiteindelijk heb ik ervan genoten! Tussen de verschillende gangen door konden we naar de speeltuin en het eten was erg lekker. Echt een onvergetelijke dag! (Wesley 12 jaar)

Wist je dat… je kreeft mag eten als een baby?

Ooit als eens een kreeft op je bord gekregen? Wist je ook niet hoe je aan dat beest moest beginnen? Geen paniek. Grijp je kans om je aan tafel nog eens als een echte baby te gedragen, want dat mag alleen als je kreeft eet. Je moet namelijk een servet voorbinden, net als in je peutertijd, toen je nog ongestraft met eten mocht morsen. Eerst controleer je of de kreeft er geweest is – stel jezelf voor en wacht even af of hij dat ook doet. Grapje! Dan pak je met je linkerhand het beest bij de romp vast, de staart houd je in je rechterhand. Je snijdt de onderkant van de staart overlangs open en haalt het vlees eruit. De poten breek je met je hand of met een kreeftentang. Daarna zuig je het vlees eruit. Lekker!

Anders aan tafel

Eten met mes en vork doe je niet altijd. Spaghetti bijvoorbeeld eet je met je vork en een lepel. Je prikt wat spaghetti op je vork, draait die in je lepel rond en steekt dan de lepel verzaligd in je mond. Met wat oefening lukt het wel. Italianen hebben er zelfs geen lepel voor nodig. En sommige dingen mag je gerust met je handen eten: aperitiefhapjes, ribbetjes, kippenvleugels, broodjes, fruit, mosselen en oesters mag je lekker zo opsmikkelen. Vroeger aten de mensen trouwens altijd met hun handen en in heel wat streken doen ze dat nog steeds. Bij de Berbers wordt nog altijd met de hand uit één groot bord gegeten. Ze nemen er met hun rechterhand het eten dat rechts op het bord ligt. Ook bij ons kam er enkele generaties geleden nog één grote pot op tafel, en iedereen tastte toe met zijn eigen lepel. Chinezen eten dan weer met stokjes. Dat lijkt moeilijker dan het is. Spreek je Chinese buurmand aan en vraag of hij het je even voordoet. Je bent er in een wip mee weg, zeker weten.
‘Ik wou dat ik honderd jaar geleden leefde want dan mocht ik altijd met mijn handen eten.’ (Benjamin, 11 jaar)

Boeren aan tafel is erg onbeleefd bij ons. In Japan is het juist een teken dat het eten je gesmaakt heeft. En ook in sommige streken in Marokko is het gepast. In Japan hoor je zelfs je schoenen uit te doen voor je aan tafel gaat. Daar leer je dus meteen eten met dichtgeknepen neus! Hier eten we meestal keurig ons bordje leeg. Tenminste, dat is wat onze moeders van ons verwacht. In sommige culturen is het juist onbeschoft om dat te doen. Je beledigd er de gastvrouw mee, want het wil zeggen dat je maar net genoeg of zelfs te weinig eten hebt gekregen! De slimmerds onder ons zullen vast wel eens testen of dat smoesje thuis ook bij de spruitjes van ma niet werkt. Het valt te proberen… In een Turks gezien leg je, als je klaar bent met eten, je lepeltje op je theeglas en je vork op je bord. Anders is de kans groot dat iemand je glas of bord nog een flink bijvult. Zo zie je maar dat alles een kwestie van gewoonte is. Scoor jij hier als heuse stijlster, elders sla je misschien een modderfiguur. Een Chinese stijlster kan namelijk toveren met twee stokjes en een Japanse ster met stijl kan gewéldige boeren laten…